top of page

Wat bedrijven écht willen weten over arbitrage: de belangrijkste vragen uit de ICC-workshop van vorige week

27 nov 2025

Wat bedrijven écht willen weten over arbitrage: de belangrijkste vragen uit de ICC-workshop van vorige week

Wat bedrijven écht willen weten over arbitrage:

de belangrijkste vragen uit de ICC-workshop van vorige week


Toen bedrijven, ingenieurs, bedrijfsjuristen en advocaten vorige week samenkwamen voor de workshop van ICC NetherlandsRisico’s beheersen bij grensoverschrijdende transacties, werd al snel één ding duidelijk: organisaties lopen misschien vergelijkbare juridische risico’s, maar hun vragen komen voort uit heel verschillende dagelijkse praktijken. Onder leiding van arbitragespecialistUlrich Kopetzki, groeide de sessie uit tot een zeer interactief gesprek dat vrijwel volledig werd bepaald door vragen van deelnemers: praktisch, specifiek en geworteld in echte operationele dilemma’s.


Hieronder staan de belangrijkste thema’s die naar voren kwamen: de vragen die bedrijvenéchtstellen over internationale contracten en ICC-arbitrage, en wat die vragen zeggen over de uitdagingen waar bedrijven vandaag voor staan.


1. ‘Wat gebeurt er met de tenuitvoerlegging als de wederpartij gevestigd is in een land waartegen sancties gelden, maar het vermogen elders staat?’


De meestgestelde vraag van de dag was ook de meest fundamentele:tenuitvoerlegging. Deelnemers beschreven situaties waarin de wederpartij was gevestigd in een land met sancties of een hoog risico, het contract werd beheerst door een ander recht, en het enige verhaalbare vermogen zich in weer een ander land bevond.

De conclusie was duidelijk:tenuitvoerlegging volgt het vermogen, niet de nationaliteit of de statutaire zetel van de wederpartij, en ook niet het toepasselijke recht. In het besproken voorbeeld sloot een Nederlands bedrijf een contract met een Libische partij waarvan het vermogen in Frankrijk stond. Tenuitvoerlegging in Libië was onmogelijk, maar een ICC-arbitraal vonnis kon in Frankrijk wel ten uitvoer worden gelegd op grond van het Verdrag van New York.


2. ‘Is de Engelse rechter door de brexit minder betrouwbaar geworden?’


De brexit zorgt nog steeds voor verwarring. Deelnemers vroegen zich openlijk af of uitspraken van Engelse rechters risicovoller zijn geworden dan arbitrale vonnissen.

De workshop bevestigde wat velen al vermoedden: de tenuitvoerlegging van Britse rechterlijke uitspraken in de EU is inderdaad ingewikkelder geworden. Arbitrage is daarentegen stabiel gebleven. Londen behoort nog altijd tot de belangrijkste arbitragezetels ter wereld en het Engelse recht is een van de meestgekozen rechtsstelsels voor internationale contracten. Dat zegt iets over de voorspelbaarheid en de reputatie ervan.


3. ‘Waarom gaan zoveel ICC-zaken over bouw, engineering en energie?’


Deelnemers uit de offshore-bouw, de infrastructuur en de energiesector herkenden zichzelf meteen in deze vraag. Deze sectoren waren sterk vertegenwoordigd in de zaal, en niet zonder reden.

Deze sectoren werken met complexe projecten van hoge waarde, internationale modelcontracten zoals FIDIC en krappe planningen. Vertraging, wijzigingen en onvoorziene omstandigheden komen vaak voor. Doordat geschillen technisch van aard zijn, kiezen partijen liever arbiters met kennis van de sector. De ICC-statistieken laten dat ook zien: geschillen in de bouw, engineering en energie vormen steevast het grootste deel van het aantal zaken.


Met andere woorden: de sectoren die de wereld bouwen, veroorzaken ook veel van haar geschillen. En arbitrage blijft het aangewezen middel om die te beslechten.


4. ‘Is het definitieve karakter van arbitrage een voordeel of een risico?’


Deze vraag verdeelde de zaal.

Sommige deelnemers zagen dat definitieve karakter als een groot voordeel: geen jarenlange beroepsprocedures, geen langdurige onzekerheid op de balans en geen interne capaciteit die opgaat aan slepende rechtszaken. Zij waardeerden de mogelijkheid om ‘het dossier te sluiten’ en zich weer op de bedrijfsvoering te richten. Anderen maakten zich zorgen:wat als het scheidsgerecht het bij het verkeerde eind heeft?Zonder beroepsmogelijkheid is er geen tweede kans.


De discussie leverde een belangrijk inzicht op: hoe comfortabel partijen zich voelen bij dat definitieve karakter hangt sterk af van hun vermogen om gekwalificeerde arbiters te kiezen die hun sector kennen. Verschillende praktijkjuristen merkten op dat dit vaak een grotere waarborg is dan een beroepsmogelijkheid.


5. ‘Hoe voorkomen we reputatieschade?’


Voor bedrijven in gereguleerde of zichtbare sectoren was vertrouwelijkheid een kernpunt. Juist daar blijken veel aannames niet te kloppen met de manier waarop ICC-arbitrage werkelijk werkt.


Anders dan vaak wordt gedacht, is ICC-arbitrage welbesloten, maar niet automatischvertrouwelijk. Nemen partijen geen vertrouwelijkheidsclausule op in hun contract, dan kunnen zij niet op geheimhouding rekenen. Scheidsgerechten kunnen wel vertrouwelijkheid bevelen, maar een garantie is er niet. Deelnemers kregen daarom het dringende advies om vertrouwelijkheid uitdrukkelijk te regelen bij het opstellen van hun geschillenclausule.


6. ‘Stellen we onze arbitrageclausules wel goed op?’


De laatste reeks vragen raakte de kern van contractueel risicomanagement: het opstellen van clausules.

Advocaten in de zaal vertelden over ‘creatieve’ clausules die uiteindelijk meer geschillen veroorzaakten dan ze oplosten. Van onduidelijke getrapte clausules tot een mismatch tussen het gekozen recht en het arbitragekader: slecht opgestelde clausules kunnen leiden tot procedurele valkuilen, vertraging of zelfs vonnissen die niet ten uitvoer te leggen zijn.

Het advies uit de workshop was ondubbelzinnig:

  • Gebruik de ICC Model Clause.

  • Leg de zetel, het toepasselijke recht en de taal duidelijk vast.

  • Wees terughoudend met eigen toevoegingen.

  • Maak getrapte clausules niet te ingewikkeld.

  • Maak duidelijk of vertrouwelijkheid en een versnelde procedure van toepassing zijn. 


Een goede clausule garandeert geen soepel project, maar een slechte clausule garandeert wel een moeizaam geschil.


Bedrijven willen praktische antwoorden, geen theorie

Wat de sessie bijzonder maakte, was de openheid van de deelnemers. Zij stelden geen abstracte juridische vragen, maar zakelijke vragen:

  • Waar krijgen we ons geld uiteindelijk betaald?

  • Hoe beschermen we onze reputatie?

  • Welke procedure verstoort onze bedrijfsvoering het minst?

  • Welk mechanisme kunnen we uitleggen aan onze raad van bestuur?

  • Hoe voorkomen we geschillen in plaats van ze aan te wakkeren?

De workshop liet zien dat arbitrage niet alleen een juridisch instrument is, maar ook een strategische keuze voor het bedrijf. Risico’s bij tenuitvoerlegging beheersen, neutraliteit bewaren, deskundigen kiezen en geschillen efficiënt beslechten: dat vormt de kern van grensoverschrijdend zakendoen.

Voor veel bedrijven in de zaal was het grootste inzicht dat geschillenbeslechting al ruim voor een conflict begint. Het begint bij het opstellen van de juiste clausule.


Wilt u deelnemen aan onze volgende ICC NL-training? Laat het ons weten: er volgen meer sessies.

info@icc.nl

bottom of page