top of page

Het Omnibus-initiatief: wat het betekent voor het internationale bedrijfsleven

7 mrt 2025

Het Omnibus-initiatief: wat het betekent voor het internationale bedrijfsleven

Het Omnibus-voorstel van de Europese Commissie betekent een aanzienlijke verschuiving in het landschap van

duurzaamheidsrapportage, met ingrijpende wijzigingen in de Corporate Sustainability Reporting Directive

(CSRD), de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) en de EU-taxonomieverordening.

Hoewel het wordt gepresenteerd als een vereenvoudiging om de administratieve lasten voor

bedrijven te verlichten, roept het voorstel belangrijke vragen op over concurrentievermogen, regelgevingszekerheid en

de inzet van de EU voor haar duurzaamheidsdoelen.


Voor internationale bedrijven kunnen deze wijzigingen minder complianceverplichtingen betekenen,

maar ze brengen ook onzekerheid en mogelijke versnippering van duurzaamheidsrapportage met zich mee.


CSRD: kleinere reikwijdte en minder rapportageverplichtingen

• De CSRD-drempel is verhoogd: alleen bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en

€450 miljoen omzet zijn nog rapportageplichtig (voorheen 250 werknemers, €40 miljoen omzet).

• Dit verlaagt het aantal bedrijven dat onder de richtlijn valt drastisch, met 80%, waardoor tienduizenden

bedrijven buiten de formele rapportageverplichtingen vallen.

• Sectorspecifieke standaarden voor duurzaamheidsrapportage worden mogelijk volledig geschrapt, wat gevolgen heeft voor de manier waarop

bedrijven hun duurzaamheidsinspanningen tussen sectoren vergelijken.

• De verschuiving naar vrijwillige rapportage kan leiden tot minder transparantie en vergelijkbaarheid,

wat een concurrentievoordeel kan opleveren voor bedrijven die vrijwillig blijven rapporteren.


Wat dit betekent voor internationale bedrijven:

• Multinationals met activiteiten in de EU krijgen minder regeldruk als zij

niet langer rapportageplichtig zijn.

• Bedrijven van buiten de EU die in de EU actief zijn (voorheen vallend onder de op omzet gebaseerde

drempel van de CSRD) vallen mogelijk buiten de reikwijdte.

• Grote internationale bedrijven kunnen echter nog steeds druk ervaren om te rapporteren, van investeerders,

leveranciers en consumenten die ESG-informatie verwachten, ook als dat wettelijk niet langer verplicht is.


CSDDD: minder strenge due diligence en aansprakelijkheidsrisico’s

• Due diligence-verplichtingen zijn nu beperkt tot directe leveranciers (tier 1) in plaats van de volledige supply chain.

• Door het schrappen van de bepalingen over civiele aansprakelijkheid ondervinden bedrijven geen juridische gevolgen als zij

hun duurzaamheidsverplichtingen niet nakomen.

• Nationale overheden krijgen weinig ruimte om strengere due diligence-wetgeving op te leggen,

waarmee feitelijk een plafond wordt gelegd op ESG-regelgeving in de hele EU.


Wat dit betekent voor internationale bedrijven:

• Compliance in de supply chain wordt minder complex, omdat bedrijven alleen nog

directe leveranciers hoeven te monitoren.

• ESG-risico’s verderop in de keten (bijvoorbeeld schendingen van mensenrechten of milieuschade dieper in de supply chain) kunnen een zorgpunt blijven, vooral voor bedrijven met sterke vrijwillige duurzaamheidsafspraken.

• Bedrijven die al investeren in uitgebreide ESG-due diligence lopen mogelijk reputatierisico’s

als zij hun inspanningen terugschroeven vanwege het versoepelen van de regels.


EU-taxonomie: vrijwillige naleving en uitgestelde toepassing

• Duurzaamheidsrapportage onder de EU-taxonomie wordt mogelijk vrijwillig, waardoor verplichte

afstemming vervalt voor bedrijven buiten de herziene reikwijdte van de CSRD.

• Klimaattransitieplannen worden mogelijk teruggebracht tot een ā€˜afvinkoefening’, wat de handhavingsmechanismen beperkt.

• De rapportagedeadline is voor veel bedrijven met twee jaar uitgesteld, wat

onzekerheid geeft voor bedrijven die zich al op naleving hebben voorbereid.


Wat dit betekent voor internationale bedrijven:

• Investeerders en financiĆ«le markten verwachten mogelijk nog steeds informatie over klimaatrisico’s, ook als de

wettelijke eisen worden versoepeld.

• Bedrijven die zowel in de EU als in strengere jurisdicties zakendoen (bijvoorbeeld de VS, het VK of delen van

Aziƫ) kunnen te maken krijgen met tegenstrijdige rapportageverwachtingen.

• Bedrijven die al hebben geĆÆnvesteerd in CSRD/CSDDD-compliance vragen zich mogelijk af of zij

deze inspanningen voortzetten of wachten op meer duidelijkheid in de regelgeving.


Regelgevingszekerheid versus koploperschap in duurzaamheid: wat staat er op het spel?

Het Omnibus-voorstel roept kernvragen op over de balans tussen concurrentievermogen en

duurzaamheid:

• Staat vereenvoudiging gelijk aan deregulering, of verschuift de verantwoordelijkheid simpelweg van verplichte

rapportage naar marktgedreven ESG-inspanningen?

• Krijgen bedrijven die fors hebben geĆÆnvesteerd in duurzaamheidsrapportage nu een

concurrentienadeel ten opzichte van bedrijven die niet langer hoeven te rapporteren?

• Hoe gaan internationale bedrijven om met versnipperde duurzaamheidsregelgeving, vooral als

andere jurisdicties strengere ESG-rapportagewetgeving handhaven?


Hoewel de EU vasthoudt aan haar Green Deal, wijst het Omnibus-voorstel op een verschuiving in de manier waarop

duurzaamheidsregelgeving wordt gehandhaafd – van strikte wettelijke verplichtingen naar een meer vrijwillige,

door het bedrijfsleven gedreven aanpak.


Hoe nu verder?

Het voorstel gaat nu naar het Europees Parlement en de Raad van de EU, waar nog

wijzigingen kunnen worden aangebracht. Bedrijven doen er goed aan de besprekingen nauwlettend te volgen, omdat de definitieve regels

bepalend zijn voor de toekomst van duurzaamheidscompliance in Europa en daarbuiten.


In de tussentijd moeten bedrijven hun ESG-strategie voor de lange termijn tegen het licht houden:

  • Moeten zij vrijwillig blijven rapporteren om transparantie en het vertrouwen van investeerders te behouden?

  • Hoe ontwikkelt due diligence in de supply chain zich zonder wettelijke handhaving?

  • Wordt aansluiting bij internationale duurzaamheidsraamwerken (zoals ISSB of GRI) een beter alternatief voor EU-specifieke regelgeving?


Naarmate het Omnibus-debat vordert, moet het internationale bedrijfsleven zich richten op de vraag waarom het

aan zijn duurzaamheidstraject is begonnen.


bottom of page