De ICC Open Market Index 2026:
wat de G7 ons vertelt over de handelsomgeving waarin het Nederlandse bedrijfsleven opereert
1 jul 2026

De ICC Open Market Index 2026: wat de G7 ons vertelt over de handelsomgeving waarin het Nederlandse bedrijfsleven opereert
ICC heeft de eerste update van zijn Open Market Index sinds 2017 gepubliceerd. De index verscheen in aanloop naar de G7-top en meet aan de hand van vijf componenten hoe open de grootste economieƫn ter wereld zijn voor handel en investeringen. De uitkomsten hebben concrete gevolgen voor internationaal actieve Nederlandse bedrijven.
Op 12 juni 2026, in aanloop naar de G7-top, publiceerde ICC de editie 2026 van zijn Open Market Index (OMI), de eerste sinds 2017. De OMI is in opdracht van ICC opgesteld onder de Global Trade and Investment Commission. Het is een samengestelde maatstaf voor de openheid van economieĆ«n voor internationale handel en investeringen, opgebouwd uit vijf componenten: waargenomen handelsopenheid (25%), handelsbeleidsregime (30%), openheid voor buitenlandse directe investeringen (15%), digitaal geleverde dienstenhandel (15%) en volatiliteit en drift van het handelsbeleid (15%). Twee van deze componenten ā digitaal geleverde dienstenhandel en volatiliteit van het handelsbeleid ā hebben geen tegenhanger in de editie van 2017. Zij weerspiegelen de meest ingrijpende verschuivingen in het handelslandschap van het afgelopen decennium.
Deze eerste uitgave past het raamwerk toe op de G7 (Canada, Frankrijk, Duitsland, Italiƫ, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten), samen goed voor ongeveer een derde van de wereldhandel. In volgende edities wordt de dekking stapsgewijs uitgebreid, zodat de index uitgroeit tot een toonaangevende ICC-publicatie die meer landen bestrijkt.
Nederland hoort niet bij de zeven onderzochte economieƫn. Maar de buitenlandse handel van Nederland bedraagt ongeveer 165 procent van het bbp, en Nederlandse bedrijven zijn meer dan gemiddeld afhankelijk van de openheid van juist deze zeven markten. De uitkomsten raken daarom direct aan dagelijkse zakelijke beslissingen.
De kern: geaggregeerd open, in de praktijk ongelijk
De OMI 2026 laat een duidelijke kloof zien tussen de best en de slechtst presterende G7-landen op het punt van openheid.Canada staat op de eerste plaats, de Verenigde Staten op de laatste.De positie van de VS is deels te verklaren door de omvang van de Amerikaanse thuismarkt, die de verhouding tussen handel en bbp drukt. Maar ook recente discriminerende handelsmaatregelen hebben de Amerikaanse handelswaarde negatief beĆÆnvloed.
Als groep presteert de G7 relatief goed op digitale dienstenhandel en op formele openheid van het handelsbeleid. Het zwakst scoort de groep op volatiliteit en drift van het handelsbeleid, wat wijst op toenemende onvoorspelbaarheid van handelsgerelateerde interventies. Zoals het rapport stelt, gaan de verschillen tussen landen vaak minder over formele regels en meer over de manier waarop beleid wordt toegepast en hoe vaak het verandert. Het resultaat is een systeem dat āgeaggregeerd open is, maar ongelijk in de praktijkā, waarbij beleidsstabiliteit naar voren komt als doorslaggevende factor voor investeringen en handelsintegratie.
Wat de resultaten betekenen voor het Nederlandse bedrijfsleven
Drie bevindingen springen eruit.
Duitsland scoort het hoogst op waargenomen handelsopenheid(5,69), met het Verenigd Koninkrijk kort daarachter (5,52). Voor Nederlandse exporteurs bevestigt dit wat de supply chain-cijfers al laten zien: de twee handelsrelaties die het meest bepalend zijn voor de Nederlandse handel blijven structureel zeer open.
De Verenigde Staten zijn een opvallende uitschieter op volatiliteit van het handelsbeleid.Het land scoort 1,00 van de 6, de laagste score binnen de G7. De maandelijkse volatiliteit van Amerikaanse handelsbeleidsinterventies lag in 2024 en 2025 18 tot 49 keer hoger dan in enige andere G7-economie. De VS voerde in 2025 bijna 75.000 meer restrictieve maatregelen in dan in 2015. Het effectief toegepaste tarief bedraagt 13,5%, tegenover 0,6 tot 2,6% in de rest van de G7. Voor Nederlandse bedrijven met supply chains richting de VS zet de OMI cijfers achter wat in de bestuurskamers al voelbaar is.
Digitaal geleverde dienstenhandel is het sterkste terrein van openheid binnen de G7, aangevoerd door Japan, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Dat bevestigt de richting voor Nederlandse dienstenexporteurs en digitale bedrijven. Er zit ook een waarschuwing in. Het WTO-moratorium op invoerrechten op elektronische transmissies liep in maart 2026 tijdens MC14 voor het eerst in zijn bestaan af. Drieƫntwintig landen, waaronder alle G7-leden, hebben toegezegd de praktijk onderling voort te zetten. Alleen een permanente multilaterale oplossing geeft digitale bedrijven echter de rechtszekerheid die zij nodig hebben.
Zeven beleidsprioriteiten die aansluiten bij het werk van ICC Netherlands
De OMI sluit af met zeven prioriteiten voor overheden die open handel en investeringen willen behouden. Die sluiten direct aan bij de belangenbehartiging die ICC Netherlands namens het Nederlandse bedrijfsleven verricht.
Beperk de volatiliteit van het handelsbeleid met sterkere multilaterale afspraken en meer transparantie.
Liberaliseer de dienstenhandel verder dan de bestaande GATS-verplichtingen. Ambitieuze liberalisering kan de kosten van dienstenhandel in OESO-economieƫn met gemiddeld 13% verlagen, en in grote opkomende markten met 22 tot 31%.
Maak buitenlandse directe investeringen eenvoudiger met duidelijkere regels en snellere procedures.
Houd markten open voor grensoverschrijdend dataverkeer en ga datalokalisatie als instrument van industriebeleid tegen.
Maak het WTO-moratorium op e-commerce permanent.
Voer het WTO Trade Facilitation Agreement volledig uit. De resterende winst kan de mondiale handelskosten met meer dan 11% verlagen.
Werk met urgentie verder aan hervorming van de WTO. Het aandeel van de wereldwijde goederenhandel dat onder meestbegunstigingsregels valt, is gedaald tot 72%.
Te lezen naast Cost of Uncertainty
De OMI kan het beste worden gelezen naast het ICC-rapport Cost of Uncertainty on Investment, dat in april 2026 samen met Oxford Economics verscheen. Dat rapport becijferde de misgelopen of uitgestelde bedrijfsinvesteringen in tien grote economieƫn in 2025 op 202 miljard Amerikaanse dollar, met in 2026 een verschil van 630 miljard dollar op het spel. De OMI laat nu zien waar die volatiliteit vandaan komt.
Voor het Nederlandse bedrijfsleven is de conclusie praktisch: de markten die het meest bepalend zijn voor de Nederlandse handel blijven qua structuur open, maar het beleidsklimaat eromheen is turbulenter dan het in jaren geweest is. De OMI 2026 geeft die turbulentie een meetbare vorm.
Lees ons interview over de ICC Open Market Index 2026 āĀ De prijs van het niet weten | ICC WBO Netherlands
