‘Ik dacht dat het hier niet kon gebeuren’
7 apr 2025

Een gesprek met een regionale vestigingsdirecteur in de bouwsector, twee jaar nadat een geval van intimidatie op de werkvloer haar aannames over vertrouwen, leiderschap en kwetsbaarheid in een hecht bedrijf op losse schroeven zette.
Dit artikel stelt het idee ter discussie dat integriteit ooit zwart-wit is. Het maakt deel uit van de maandelijkse reeks van ICC Netherlands in aanloop naar de Week of Integrity 2025, waarin we praktijkervaringen en dilemma’s belichten op het snijvlak van cultuur en integriteit.
‘We hadden samen een cultuur opgebouwd’
Kunt u iets vertellen over uw bedrijf en uw rol?
Wij zijn een klein bedrijf in de grond-, weg- en waterbouw, gevestigd in een stadje in Zuid-Frankrijk, met ongeveer dertig medewerkers. Ik ben vestigingsdirecteur en werk hier al meer dan twaalf jaar.
Hoe zou u de cultuur van uw bedrijf hebben omschreven vóór het incident?
Het bedrijf had eerder zware tijden gekend – veel personeelsverloop, gebrek aan gedeelde waarden – maar de laatste jaren hadden we hard gewerkt aan meer samenhang. We haalden een externe coach binnen, bouwden aan een collectieve identiteit en creëerden een familiegevoel. We waren niet zomaar collega’s; we waren samen gegroeid. Daarom was wat er gebeurde zo’n schok.
‘De sfeer was zwaar – er was iets gebeurd’
Hoe hoorde u voor het eerst over het incident?
Het was vlak na de kerstvakantie. Onze administratie begint meestal iets eerder dan de mensen op de bouwplaats, dus het was een rustige maandag. We lunchten samen, zoals altijd – maar ik voelde dat er iets niet klopte. De sfeer was zwaar, bijna beklemmend. De volgende dag kwam onze boekhouder bij me en vertelde dat zij slachtoffer was van intimidatie.

Wat was uw eerste reactie?
Ik was diep geschokt – op meerdere niveaus. Ten eerste had ik er absoluut geen idee van dat dit speelde, en het bleek al maandenlang aan de gang. Ik dacht altijd dat mijn team wist dat het bij mij terechtkon. Het was moeilijk te accepteren dat er vlak onder mijn neus iets zo ernstigs was gebeurd zonder dat iemand zich meldde. Ten tweede was de beschuldigde iemand die ik volledig vertrouwde. Hij werkte al vijftien jaar bij het bedrijf en was een van de pijlers ervan. Ik werkte dagelijks met hem samen; hij had zelfs mijn dochter thuisgebracht toen zij bij ons een zomerstage liep.
‘Niemand heeft het me verteld en dat was verwoestend’
U zei dat niemand zich meldde. Hoe komt dat, denkt u?
Daar heb ik veel over nagedacht. Twee collega’s wisten ervan: onze inmiddels gepensioneerde boekhouder, voor wie ik nog steeds veel respect heb, en een vertrouwde uitvoerder. Zij wisten het, maar vertelden het mij niet. Het slachtoffer had hen ervan overtuigd dat zij het zelf zou oplossen. Zij wilde geen problemen. Ze zat toen nog in haar proeftijd en voelde zich waarschijnlijk kwetsbaar. De beschuldigde gold daarentegen als onvervangbaar: een zeer vakbekwame medewerker met een lang dienstverband. Uiteindelijk hebben de twee collega’s die zwegen er enorm onder geleden. Het was een marteling voor hen om het binnen te houden. Zij vonden dat ze hadden gefaald. En ik… ik voelde me verraden en twijfelde diep aan mijn leiderschap. Waarom had niemand zich veilig genoeg gevoeld om naar mij toe te komen?
‘Er waren geen waarschuwingssignalen’
Had u vooraf signalen gezien of zorgen over het gedrag van de beschuldigde medewerker?
Geen enkele. Geen enkel alarmsignaal. Hij was respectvol, vriendelijk, professioneel. Ik heb nooit een seksistische opmerking van hem gehoord – niets ongepasts, zelfs niet bij benadering. Eerlijk gezegd had ik collega’s die wat ruwer waren, maar hij niet. Juist daarom was het zo onbegrijpelijk. En hoe zat het met melden? Waren er anonieme kanalen? Nee, wij hebben geen anonieme meldregeling. We zijn een klein bedrijf, minder dan vijftig medewerkers, dus dat is wettelijk niet verplicht. Wel hebben we gekozen personeelsvertegenwoordigers die zijn opgeleid als vertrouwenspersoon. Toen we het interne onderzoek startten, is de vertrouwelijkheid strikt bewaakt: tot op de dag van vandaag weten maar heel weinig mensen in het bedrijf wat er echt is gebeurd.
Denkt u dat een anoniem meldkanaal verschil had gemaakt?
Eerlijk? Ik weet niet of ik op een anonieme brief zou hebben gehandeld. Ik heb in het verleden anonieme klachten gekregen – bijvoorbeeld over drinken op de bouwplaats – en voelde me machteloos om onderzoek te doen zonder te weten wie erbij betrokken was. Bovendien had ik in dit geval zoveel vertrouwen in de beschuldigde dat ik het misschien niet had geloofd zonder de wanhoop van het slachtoffer met eigen ogen te zien.
‘Het haalde alles onderuit’
Wat was de impact op uw bedrijf?
Operationeel was het maandenlang een hel. De sfeer intern was ongelooflijk gespannen. Het onderzoek was emotioneel uitputtend voor iedereen – vooral voor het slachtoffer, de beschuldigde en de twee collega’s die het wisten. En voor mij. Ik moest onder ogen zien dat er iets ernstigs was gebeurd onder mijn verantwoordelijkheid. Het onderzoek concludeerde dat het juridisch gezien geen intimidatie in strikte zin was – maar ik heb het toch zo gekwalificeerd. Er was sprake van herhaald ongepast gedrag. Los van de bedoeling was dat gedrag onaanvaardbaar. We schakelden een advocaat in en legden disciplinaire maatregelen op, maar uiteindelijk vertrok de beschuldigde. Het slachtoffer ook, na een psychische instorting.
Een instorting?
Ja. De situatie liep uit de hand. Zij had eerst volgehouden dat alles ‘opgelost’ was en wilde niet dat we iets deden. Ik probeerde haar te steunen: ik moedigde haar aan vrij te nemen, bood psychologische hulp aan en stelde haar gerust over haar baan. Maar het werd erger. Op een dag kwam ik het kantoor binnen en zag ik haar schreeuwen tegen onze voormalige boekhouder, die tijdelijk was teruggekomen om te helpen met de jaarafsluiting. Zij hield haar arm vast en gilde. Het was beangstigend. Toen besefte ik dat er diepere psychische problemen speelden.
‘Ik probeerde alles goed te doen – en toch was het niet genoeg’
Hoe liep het af?
Zij ging met ziekteverlof, kwam kort terug en vertrok opnieuw. Uiteindelijk kregen we een brief via haar vakbondsvertegenwoordiger – met de bewering dat ik het maandenlang had geweten, haar had laten zwijgen en haar zelfs had geïntimideerd. Dat was verpletterend. Ik had er alles aan gedaan om haar te beschermen. We kwamen tot een beëindiging met wederzijds goedvinden en een forse vergoeding – voor iemand die nog geen jaar bij het bedrijf werkte. Ondertussen verloor ik het vertrouwen van ons hoofdkantoor. De operationele gevolgen voelen we nog steeds.
Zou u achteraf iets anders doen?
Ja. Ik zou de tijd hebben genomen om me echt te verdiepen in intimidatie, vóórdat het gebeurde. Ik dacht dat ik genoeg deed door twee medewerkers een training te laten volgen. Ik dacht dat dit niet kon gebeuren in een klein bedrijf waar iedereen elkaar kent en waar we elke dag samen lunchen. Ik had het mis. Waren er signalen die u hebt gemist? Geen duidelijke. Ze was altijd vrolijk, nam altijd taart mee, bracht licht in de ruimte. Later hoorden we dat ze kort daarvoor vijftig kilo was afgevallen en een scheiding had doorgemaakt… er lagen emotionele wonden onder de oppervlakte. Toch zag niemand het aankomen. Zij hield alles binnen.
En de beschuldigde?
Hij had een verleden van burn-out. Achteraf gezien verkeerden zij beiden waarschijnlijk in een kwetsbare psychische toestand. En toch werd de dynamiek tussen hen ongezond. Zelfs toen we hen probeerden te scheiden, ging zij zijn kantoor binnen en deed de deur op slot. Het was rommelig, vertroebeld, giftig.
‘Ik dacht altijd dat intimidatie alleen ergens anders voorkwam’
Wat zou u tegen andere ondernemers zeggen?
Bereid u voor. Bereid u echt voor.
Vink niet alleen vakjes af. Begrijp wat intimidatie is, hoe het begint en hoe u moet reageren. Volg zelf een training – niet alleen uw team.
Denk niet dat u immuun bent omdat u klein bent of een hecht team hebt. Dat bent u niet. Zorg dat mensen de procedures kennen. Hang ze desnoods aan de muur. Praat erover – niet alleen als er iets misgaat, maar regelmatig.
Maak het normaal.
Maak het onderdeel van uw cultuur.
Want als het gebeurt – en dat kan – wilt u niet midden in de storm nog moeten uitzoeken wat u doet.
U wilt er klaar voor zijn.
En wat betekent integriteit vandaag voor u?
In het begin dacht ik bij integriteit alleen aan financiën: eerlijk zijn in zaken. Nu zie ik dat het breder is. Het gaat om het juiste doen, ook als niemand kijkt. Op het gebied van veiligheid – ook psychologische veiligheid – hebben we nog werk te doen.
Wilt u nog iets kwijt?
Alleen dit: twee jaar later leer ik nog steeds. Door dit interview besefte ik hoeveel ik nog niet heb gedaan, vooral op het gebied van preventie. Ik heb de crisis beheerst. Maar ik ben nog niet klaar. Nu is het mijn verantwoordelijkheid om te zorgen dat het niet opnieuw gebeurt.


