Afrika – vraagstukken en kansen in de handel
1 jun 2025

Met dat in gedachten hebben we contact opgenomen met Karima-Catherine Goundian om meer te horen over de huidige en toekomstige rol van Afrika in de wereldhandel.

Kunnen we beginnen met een omschrijving van de huidige positie van Afrika in de wereldhandel – zowel in gevestigde als in opkomende sectoren?
De positie van Afrika in de wereldhandel wordt nog altijd grotendeels bepaald door de export van grondstoffen. Denk aan olie uit Nigeria, kobalt uit de Democratische Republiek Congo en cacao uit Ghana en Ivoorkust. Zuid-Afrika, Nigeria, Kenia, Egypte en Marokko voeren de rij aan qua handelsvolume en invloed, en er is een groeiende beweging richting diversificatie en toegevoegde waarde. Ethiopië bouwt aan een textielindustrie; Kenia staat bekend om fintech en innovatie; Marokko boekt vooruitgang in de automotive en in groene energie; Rwanda en Ghana zetten aanzienlijke stappen om zich te positioneren als hubs voor innovatie en logistiek. Het beeld van Afrika verschuift langzaam: het continent wordt steeds vaker erkend als een opkomend groeigebied.
Is het, gezien de diversiteit van dit enorme continent, niet te simpel om over ‘Afrika’ als één geheel te spreken?
Afrika telt 54 landen met meerdere economische blokken, uiteenlopende politieke stelsels en verschillende talen die uiteraard teruggaan op het koloniale verleden. Het is echt cruciaal om oversimplificatie te vermijden. Daar komt bij dat Afrika van oudsher met de Golfregio op één hoop is gegooid in de MENA-regio, alsof het allemaal hetzelfde is. Maar wie het ondernemingsklimaat van Mauritius vergelijkt met dat van de DRC, vergelijkt in feite Zweden met Brazilië. Ze hebben niets met elkaar te maken. Ik vind dat we dat beeld van wat Afrika is echt moeten bijstellen, op regionaal én nationaal niveau.
Hoe zouden buitenlandse bedrijven dan moeten kijken naar samenwerking met Afrikaanse ondernemingen?
Ik denk dat het belangrijk is om Afrika niet als continent te zien, maar als kansenregio; net zoals u dat met Europa zou doen. U pakt immers ook niet alle Europese landen tegelijk aan; het hangt af van wat u zoekt. Wilt u produceren? Wilt u commercialiseren? Zoekt u partners en samenwerkingspartners? Doet u onderzoek en ontwikkeling?
Wat zijn de grootste uitdagingen voor de Afrikaanse handel?
Schuldverlichting, klimaatkwetsbaarheid en politieke instabiliteit zijn alle drie zeer ingrijpend. En dan heb ik het nog niet eens over de gezondheidsrisico’s gehad.
Die uitdagingen zijn stuk voor stuk diepgeworteld. Wat zijn de oplossingen om vooruit te komen?
Ik denk dat kracht voortkomt uit samenwerking. En daar wordt het lastig: die samenwerking moet met partijen zijn die het belang van Afrika voor ogen hebben. Anders krijgen we een herhaling van het kolonialisme, alleen met andere spelers, en dat zien we op sommige plekken al gebeuren. Daarom geloof ik dat de volgende grote stapvoorAfrika vanbinnenAfrika zelf moet komen; met nieuwe leiders die anders denken en de uitdagingen begrijpen; mensen die niet uit zijn op eigen gewin of op dat van hun directe familie en vrienden.
Hebt u voorbeelden van dit nieuwe soort leiderschap?
Een goed voorbeeld speelde een paar weken geleden: de door het leger geleide regering van Guinee trok de vergunningen van 51 mijnbouwbedrijven in, wegens het niet nakomen van ontwikkelingsverplichtingen en het onderbenutten van concessies. Het gaat om de winning van bauxiet, goud, diamant, grafiet en ijzer. Dat is een belangrijk signaal: Guinee meent het serieus met de handhaving van de regels. Zo’n opstelling is heel goed en heel nieuw voor Afrika, waar nu de moed bestaat om partijen aan de regels te houden.
Hoe verhouden de energietransitie en duurzaamheid zich tot de ontwikkeling van de Afrikaanse handel?
Bij de uitdagingen van de energietransitie en duurzaamheid proberen we industriële groei in balans te brengen met klimaatdoelen, en die staan van oudsher op gespannen voet met elkaar. Veel Afrikaanse landen beschikken over hernieuwbare bronnen – zon, wind en waterkracht – maar missen de infrastructuur om die op te schalen. De andere grote uitdaging is financiering. Fondsen voor de groene transitie werken vaak inefficiënt of zijn simpelweg onbereikbaar. Kijk ik naar de toekomst op dit terrein, dan zijn capaciteitsopbouw en technologieoverdracht cruciaal. Er liggen zeker kansen, en daarvoor is de regionale integratie van de AfCFTA [African Continental Free Trade Area] volgens mij heel belangrijk. Ik hoop dat we in Afrika tot een gemeenschappelijke munt komen; dat zou de handel binnen en buiten Afrika enorm helpen.
Laten we het hebben over de rol van ICC. Helpt ICC?
De rol van ICC is groot: ik zie ICC als een brug tussen mondiale visie en lokale uitvoering. ICC kan als waarborg dienen, duidelijkheid geven over handelsregels en arbitrage en geschillenbeslechting ondersteunen. Met de juiste partnerschappen kan ICC bovendien beleidsbeïnvloeding bij lokale overheden vormgeven en die handelsecosystemen mee bepalen, bijvoorbeeld door digitale standaarden voor grensoverschrijdende handel te bevorderen. ICC kan ook veel waarde toevoegen bij ESG-rapportage en bij het bevorderen van ethisch ondernemen. Hervorming van inkoop en capaciteitsopbouw zijn eveneens belangrijk, zeker als het gaat om zakendoen in Afrika en om toegang van het mkb tot wereldmarkten.
En hoe sluit uw werk aan bij de ontwikkeling van bedrijven in Afrika?
In mijn werk beheer ik een mondiaal platform dat gescreende kleine en middelgrote bedrijven in verschillende markten met elkaar verbindt. Dat geeft mij direct zicht op de structurele barrières waar zij tegenaan lopen – van regeldruk tot gebrek aan vertrouwen – en op de vormen van steun die samenwerking daadwerkelijk laten slagen. Dat perspectief bepaalt hoe ik de rol van ICC zie: niet alleen als belangenbehartiger, maar als praktische aanjager van grensoverschrijdende samenwerking met veel impact.
Met het oog op het vermijden van neokolonisatie: waar zoeken opkomende Afrikaanse sectoren naar in een handelspartner?
Dat is de hamvraag. Het is echt een trechtervraag – het hangt ervan af of u het over de overheid, het mkb of grotere partijen hebt. Wat volgens mij telt, is concurrentievermogen. Beleid is heel belangrijk, maar het vraagt investeringen in infrastructuur, onderwijs en digitale connectiviteit. Dat zijn de drie kernpunten.
