‘Hoe Europa economisch sterk kan blijven in een tijd van geopolitieke rivaliteit’: een gesprek met Arend Jan Boekestijn
Jasper van Schaik
2 mrt 2026

‘Hoe Europa economisch sterk kan blijven in een tijd van geopolitieke rivaliteit’: een gesprek met Arend Jan Boekestijn
januari 2026
Nu de geopolitieke spanningen toenemen en economische veiligheid centraal komt te staan in het politieke debat, krijgen Europese bedrijven te maken met een grilliger en meer versnipperde wereld. Jasper van Schaik, bestuurslid van ICC Netherlands, spreekt met Arend Jan Boekestijn, historicus, oud-Tweede Kamerlid en vooraanstaand geopolitiek commentator. Hij staat bekend om zijn scherpe analyses van machtspolitiek en transatlantische betrekkingen. Hij gaat in op de vraag hoe de Europese Unie zich zou moeten voorbereiden om groei en welvaart veilig te stellen in een wereld waarin de concurrentie toeneemt.
De geopolitiek lijkt de wereldeconomie in een ongekend tempo te hervormen. Hoe fundamenteel is de wereld veranderd?
De wereld is veel ingrijpender veranderd dan veel Europeanen beseffen. We zien een structurele verschuiving van een relatief stabiele, door de VS geleide liberale orde naar een wereld van harde machtsconcurrentie. China heeft enorme technologische vooruitgang geboekt. Volgens een Australische denktank loopt China nu voorop in 66 van de 74 kritieke technologieën, waaronder kunstmatige intelligentie, netintegratie, synthetische biologie en geavanceerde maakindustrie. De Verenigde Staten lopen slechts op een handvol terreinen voorop, zoals quantumcomputing en geo-engineering. Europa wordt niet genoemd.
Tegelijkertijd domineert China de verwerking van kritieke grondstoffen. Dat komt vaak doordat het land milieukosten accepteert die wij in Europa nooit zouden tolereren. De geopolitieke strijd is dus niet abstract. Het gaat om technologische dominantie, supply chains en uiteindelijk economische macht.
Europa moet begrijpen dat economische groei tegenwoordig onlosmakelijk verbonden is met geopolitieke positionering. Het tijdperk waarin handel en geopolitiek grotendeels gescheiden domeinen waren, is voorbij.
De strategische ambities van China, vooral rond Taiwan, worden vaak genoemd. Hoe groot is dat risico voor Europa?
Taiwan blijft het strategische doel van China op de lange termijn. Het land heeft fors geïnvesteerd in militaire capaciteit, waaronder goedkope raketsystemen die speciaal zijn ontworpen om waardevolle Amerikaanse doelen als vliegdekschepen te bedreigen. Ook heeft China zijn marinecapaciteit uitgebreid en meer scheepsbouwtonnage opgebouwd. Die capaciteit zou van belang zijn bij een blokkade.
Belangrijk is dat China de afgelopen jaren al minstens twee keer grootschalige militaire oefeningen rond Taiwan heeft gehouden, waarbij omsingeling en blokkade werden nagebootst. Dat waren geen symbolische gebaren. Het waren operationele repetities.
Voor Europa staat er veel op het spel. Taiwan is cruciaal voor de mondiale supply chain van halfgeleiders. Een blokkade zou onmiddellijke gevolgen hebben voor de Europese industrie. Het lijkt misschien een regionaal conflict, maar de economische gevolgen zouden wereldwijd en direct zijn.
Kan Europa nog rekenen op de Verenigde Staten als belangrijkste partner op het gebied van veiligheid en economie?
Dat is de kernvraag. Het afgelopen jaar is steeds duidelijker geworden dat Europa niet onder alle omstandigheden automatisch op Amerikaanse steun kan rekenen. De strategische koerswijziging in Washington begon niet bij één president. Die was al onder Obama ingezet. Project 2025 en andere beleidsdocumenten maken heel duidelijk dat delen van het Amerikaanse politieke establishment de verplichtingen in het buitenland willen terugbrengen.
Toch moeten we de invloed van Europa niet onderschatten. De Europese Unie is nog altijd een van de grootste handelsblokken en consumentenmarkten ter wereld. Toen de Verenigde Staten agressieve maatregelen rond Groenland overwogen, reageerden de financiële markten scherp. Stijgende obligatierentes en dalende beurzen hadden meteen een disciplinerend effect. Uiteindelijk kan geen enkele politieke leider de economische werkelijkheid negeren. Niemand wint het van de economie.
Bovendien zijn zelfs leiders als Trump zich bewust van de zogenoemde ‘handelsbazooka’ van de EU. Europa is niet irrelevant. Het heeft economisch gewicht. Het probleem is geen gebrek aan macht. Het is een gebrek aan strategische samenhang.
Europa is voor defensie nog sterk afhankelijk van de Verenigde Staten, zeker als het om Oekraïne gaat. Waar zitten de kwetsbaarheden?
De afhankelijkheid is reëel.
In Oekraïne hebben Europese landen hun steun opgevoerd en de productiecapaciteit vergroot. Maar op cruciale punten leunen ze nog op Amerikaanse systemen. De Patriot-luchtverdedigingssystemen zijn een goed voorbeeld. Die zijn onmisbaar om geavanceerde Russische raketten te onderscheppen. Europese landen bedienen ze, maar de technologische ruggengraat, de integratie en de productiecapaciteit zijn grotendeels Amerikaans.
Nog belangrijker is wat we Command and Control noemen. Dat is het geïntegreerde systeem van inlichtingen, communicatie, doelselectie en operationele coördinatie. Het is het zenuwstelsel van moderne oorlogvoering. Zonder Amerikaanse satellietinlichtingen, data-integratie en operationele planningscapaciteit werken Europese systemen veel minder effectief.
Als Europa strategisch zelfstandiger wil worden, moet het dus niet alleen in wapens investeren. Het moet ook investeren in een eigen defensie-industrie, eigen commandostructuren en een eigen technologische ruggengraat.
Hoe moet Europa denken over energiezekerheid en economische weerbaarheid?
We hebben Russisch pijpleidinggas vervangen door Amerikaanse LNG-leveringen. Dat was nodig, maar het schept ook nieuwe afhankelijkheden. Europa moet pragmatischer denken. De betrekkingen met Qatar leveren bijvoorbeeld dilemma’s op, zeker op het gebied van mensenrechten. Maar geopolitiek is een wereld van dilemma’s. Er moeten keuzes worden gemaakt.
Tegelijk zou Europa sneller moeten investeren in duurzame energie. Spanje heeft bijvoorbeeld enorm veel potentieel voor zonne-energie. Windenergie op de Noordzee kan flink worden uitgebreid. Daarvoor moet wel één centraal knelpunt worden opgelost: het Europese stroomnet. Zonder geïntegreerde infrastructuur kan duurzame capaciteit niet volledig worden benut.
Energieonafhankelijkheid gaat niet alleen over klimaatbeleid. Het gaat over economische soevereiniteit.
Kritieke grondstoffen worden steeds vaker strategische middelen genoemd. Wat moet Europa doen?
Kritieke grondstoffen zijn onmisbaar voor windturbines, elektrische auto’s, defensietechnologie en geavanceerde elektronica. Europa moet diversifiëren. Dat betekent waar nodig pragmatisch samenwerken met China, maar ook nauwere partnerschappen met landen als Brazilië en Australië.
Tegelijk moeten we een harde waarheid onder ogen zien. Economisch succes is uiteindelijk verbonden met de rechtsstaat. Zonder rechtsstaat is snelle groei een tijd lang mogelijk, zoals China laat zien. Maar duurzaam economisch leiderschap vraagt om rechtszekerheid, eigendomsrechten en institutionele stabiliteit. Dat blijft het structurele voordeel van Europa.
Interne problemen in de EU vertragen de besluitvorming vaak. Welke institutionele hervormingen zijn nodig om de groei veilig te stellen?
Europa heeft drie duidelijke prioriteiten.
Ten eerste: maak de interne markt af. Versnippering binnen Europa ondermijnt schaal en concurrentiekracht.
Ten tweede: bundel de Europese defensie-industrie. Nationale dubbelingen zijn inefficiënt en duur.
Ten derde: schaf het vetorecht af op de voornaamste beleidsterreinen. Zolang één lidstaat strategische besluiten kan blokkeren, blijft Europa moeite houden om daadkrachtig op te treden.
Populistische bewegingen bemoeilijken dit proces. Sommige anti-Europese partijen verzetten zich tegen handelsakkoorden zoals Mercosur. Maar in een wereld van machtspolitiek zijn handelsakkoorden geen ideologische luxe. Het zijn instrumenten van economische veiligheid.
Als Europa klem komt te zitten tussen China en de Verenigde Staten, wat is dan het leidende principe?
Voer het Draghi-rapport uit.
Europa weet wat het moet doen. Investeren in innovatie, kapitaalmarkten verdiepen, de interne markt afmaken, de industriële capaciteit versterken. De echte uitdaging is niet intellectueel. Het gaat om politieke wil.
We komen in een wereld waarin economie en geopolitiek versmelten. Europa heeft de marktomvang, de technologische basis en de institutionele diepgang om welvarend te blijven. Maar het moet eensgezinder, pragmatischer en strategisch helderder optreden.
