top of page

‘Geopolitiek is terug in de bestuurskamer’: een gesprek met Marhijn Visser

Tom Scott

3 mrt 2026

‘Geopolitiek is terug in de bestuurskamer’: een gesprek met Marhijn Visser

‘Geopolitiek is terug in de bestuurskamer’: een gesprek met Marhijn Visser


Nu de World Trade Organization zich voorbereidt op de volgende Ministerial Conference (MC14) later deze maand, zijn vragen over de toekomst van de multilaterale handel urgenter dan ooit. Marhijn Visser, Deputy Director of International Affairs bij VNO-NCW en MKB-Nederland en Board Member van ICC Netherlands, sluit opnieuw aan bij de Nederlandse delegatie. Met ervaring binnen de overheid én bij de WTO deelt hij zijn visie op hervorming, geopolitiek en op datgene waarop het Nederlandse bedrijfsleven zich zou moeten voorbereiden.


In aanloop naar MC14 wordt gezegd dat de WTO ‘op een kruispunt’ staat. Klopt dat? En voldoet de organisatie nog aan haar doel?

Diplomatiek gezegd: dat zegt men bij elke ministeriële conferentie. Twee jaar geleden in Abu Dhabi noemde iedereen het bijvoorbeeld de ‘make or break summit’. De werkelijkheid is echter genuanceerder.

Aan de ene kant is de WTO nog steeds zeer relevant. Ongeveer 75 procent van de wereldhandel verloopt nog altijd via WTO-regels en niet via vrijhandelsakkoorden. De handel gaat door en het regelboek vormt nog steeds de basis voor het mondiale handelssysteem.

Aan de andere kant is hervorming duidelijk nodig. Een groot probleem is dat het systeem voor geschillenbeslechting niet meer volledig functioneert, omdat de Verenigde Staten de benoeming van rechters bij de Appellate Body blokkeren. Goed om te bedenken: president Trump begon hiermee in zijn eerste termijn, maar het was al in gang gezet onder president Obama en werd daarna voortgezet door president Biden. Dit is dus niet alleen een Republikeins vraagstuk.

Het tweede probleem is dat het regelboek zelf verouderd is. Het is al ruim 30 jaar niet geactualiseerd. Sindsdien zijn e-commerce, het internet en kunstmatige intelligentie opgekomen – geen daarvan komt terug in het huidige kader.

Industriële subsidies zijn een ander groot punt. China, maar ook de Verenigde Staten en Europa, hebben omvangrijke subsidieprogramma’s. Tot slot is er de kwestie van consensus. Formele WTO-besluiten vereisen instemming van alle ruim 160 leden. In het huidige geopolitieke klimaat is dat steeds moeilijker te bereiken.


Wat zijn uw belangrijkste prioriteiten voor de Ministerial Conference, nu u het Nederlandse bedrijfsleven vertegenwoordigt bij MC14?

Hervorming van de WTO is de eerste prioriteit. Zonder hervorming dreigt het systeem na verloop van tijd minder relevant te worden. Ten tweede het behoud van het moratorium op invoerrechten op elektronische transmissies. Dat is buitengewoon belangrijk. Het moratorium zorgt ervoor dat landen geen invoerrechten heffen op elektronische transacties. Zouden er wel rechten op elektronische transmissies komen, dan zou dat de digitale handel ernstig verstoren. Ten derde moet er een breder gesprek komen over industriebeleid. We zien op dit moment een mondiale subsidiewedloop, met grote programma’s in de Verenigde Staten, Europa en China. Dat heeft aanzienlijke gevolgen voor de concurrentiekracht en maakt het voor ontwikkelingslanden moeilijker om bij te blijven. De WTO blijft het natuurlijke platform om deze kwesties te bespreken.


Handelsbeleid wordt steeds meer bepaald door geopolitiek. Hoe moeten Nederlandse bedrijven zich daaraan aanpassen?

De belangrijkste boodschap is eenvoudig: geopolitiek is terug in de bestuurskamer. Dat horen we niet alleen van multinationals, maar ook van het mkb. Daardoor is planning op lange termijn moeilijker geworden.

Het antwoord is vooral weerbaarheid. Een van de effectiefste instrumenten die bedrijven hebben, is due diligence. Door hun supply chain in kaart te brengen en hun afhankelijkheden te begrijpen, kunnen bedrijven risico’s verkleinen en weerbaarder worden. Interessant genoeg overlapt dit met ESG-vereisten. Voert u al due diligence uit op uw supply chain voor ESG-doeleinden, dan versterkt u daarmee ook uw geopolitieke weerbaarheid. Dit is niet alleen een compliance-oefening – het kan een concurrentievoordeel worden. We zien binnen bedrijven ook nieuwe functies ontstaan, zoals specialisten op het gebied van geopolitieke risico’s. Dat laat zien hoe fundamenteel de zakelijke omgeving is veranderd.


Wat zijn de belangrijkste prioriteiten van het nieuwe Nederlandse kabinet op het gebied van handelsbeleid?

We zijn erg blij dat het nieuwe kabinet handelsbeleid een centralere plaats heeft gegeven. Ongeveer 35 procent van ons nationaal inkomen komt uit handel. Het is dus essentieel dat het handelsbeleid die werkelijkheid weerspiegelt.

Ook zien we een verandering in hoe belangrijk vrijhandelsakkoorden worden gevonden. Het politieke debat rond het EU-Mercosur-akkoord is bijvoorbeeld sterk verschoven. Er groeit besef dat handelsakkoorden essentieel zijn voor diversificatie van de supply chain en voor economische veiligheid. Een andere positieve ontwikkeling is dat handel weer een eigen minister krijgt in plaats van een staatssecretaris. Ook de bezuinigingen op ambassades zijn teruggedraaid, wat belangrijk is voor de ondersteuning van Nederlandse bedrijven in het buitenland. Al met al gaat de politiek in Nederland volgens mij de goede kant op.


Bent u optimistisch over de toekomst van de multilaterale handel? Of gaan we een transactioneler tijdperk in waarin macht bepalend is?

We gaan duidelijk een nieuw tijdperk in. Na de Koude Oorlog hadden we wat een vredesdividend én een globaliseringsdividend genoemd kan worden. Bedrijven en samenlevingen profiteerden van stabiliteit en open markten. Nu dringt eindelijk door dat dat tijdperk voorbij is. We komen in een instabielere en onzekerdere wereld terecht. We kunnen niet zomaar terug naar business as usual.

Tegelijk is verandering mogelijk. De EU sloot onlangs bijvoorbeeld een handelsakkoord met India, na ruim 20 jaar onderhandelen. Dat laat zien dat er snel vooruitgang kwam zodra de politieke wil er was. Verandering is mogelijk, als we het willen. Hetzelfde kan bij de WTO gebeuren – maar dat vraagt leiderschap en betrokkenheid.


Welke rol moet het bedrijfsleven spelen bij het vormgeven van de toekomst van het handelssysteem?

Het bedrijfsleven moet zich meer laten horen en zich sterker betrokken tonen. Op de vorige Ministerial Conference in Abu Dhabi was het bedrijfsleven massaal aanwezig: honderden, misschien wel duizenden vertegenwoordigers. Dat laat zien hoeveel er op het spel staat.

De International Chamber of Commerce heeft daarbij een bijzonder belangrijke rol als brug tussen het bedrijfsleven wereldwijd. In veel landen, vooral in het mondiale Zuiden, sluiten overheidsstandpunten niet altijd volledig aan bij de belangen van het eigen bedrijfsleven. Door de dialoog en de samenwerking tussen bedrijven wereldwijd te versterken, kan ICC helpen ervoor te zorgen dat de stem van het bedrijfsleven duidelijker wordt gehoord. Dat is de belangrijkste prioriteit – en daar dragen we graag aan bij.

 

bottom of page