Waarom tarieven op diensten niet werken en er niet moeten komen
4 jun 2025

In de digitale economie van vandaag zijn grensoverschrijdende diensten essentieel voor de manier waarop bedrijven werken, groeien en concurreren. Goederen vallen al lang onder douanetarieven, maar tarieven op diensten zouden onwerkbaar zijn. Ze zouden bovendien aanzienlijke juridische, operationele en economische risicoās met zich meebrengen.
Diensten verschillen namelijk fundamenteel van goederen. Daardoor zijn ze aan de grens vrijwel niet te belasten. Fysieke producten kan een douanebeambte zien en inspecteren, maar diensten zijn onstoffelijk ā denk aan advies, software of ontwerpwerk. Ze steken de grens vaak digitaal over of via het verkeer van personen, niet in zeecontainers.Ā Ā
Dat levert meerdere problemen op: er is geen duidelijk moment waarop een dienst een land ābinnenkomtā, er is geen mondiaal classificatiesysteem dat vergelijkbaar is met het Harmonized System voor goederen, en er is geen eenduidige methode om te bepalen wat belast moet worden.Ā Ā Ā
Zelfs als overheden grensoverschrijdende diensten wel proberen te belasten ā via digitaledienstenbelastingen (DSTās) of bronheffingen ā stuiten zij op juridische bezwaren, hoge handhavingskosten en het risico van internationale vergelding. Deze aanpak schendt namelijk vaak bestaande regels of botst met handels- en belastingverdragen.
Sommige landen hebben daarentegen gekozen voor een neutralere aanpak doorbtw toe te passen op grensoverschrijdende dienstenā waarbij binnenlandse en buitenlandse aanbieders gelijk worden behandeld.
Naast de uitvoerbaarheid is er ook een sterk economisch argument tegen tarieven op diensten. Diensten zijn goed voor meer dan de helft van de wereldhandel op basis van toegevoegde waarde en zijn onmisbaar voor productiviteit, innovatie en inclusie. Tarieven zouden de kosten opdrijven, mondiale supply chains versnipperen en onevenredig hard aankomen bij mkb-bedrijven en ontwikkelingslanden. Die zijn voor hun groei en concurrentiekracht afhankelijk van betaalbare grensoverschrijdende diensten, zoals juridisch advies, design, IT-ondersteuning en marketing.Ā Ā
Tarieven op diensten zouden ook de compliancelasten en de administratieve kosten voor overheden verhogen. Er zijn dan volledig nieuwe systemen nodig om digitale transacties te volgen, aanbieders te registreren en contracten te controleren.Ā Ā
Ook exporteurs blijven niet buiten schot: veel landen zijn netto-exporteur van diensten op terreinen als financiƫn, onderwijs en media. Tariefmaatregelen kunnen vergelding uitlokken en de markttoegang van deze bedrijven beperken.
Kortom: diensten laten zich in de praktijk niet met tarieven belasten ā en dat moet ook niet gebeuren. Beleidsmakers zouden in plaats daarvan het volgende moeten doen:Ā
Multilaterale normen bevestigen door het WTO E-Commerce Moratorium te steunen en tarieven op diensten af te wijzen.Ā Ā
Eenzijdige, tariefachtige maatregelen vermijden ā zoals DSTās of bronheffingen ā die juridische conflicten, handelsvergelding en fragmentatie riskeren.
Multilaterale samenwerking zoeken via geschikte multilaterale en regionale organen om gemeenschappelijke regels op te stellen voor de belastingheffing in de digitale economie.

